Een voorbeeld
|
 |
|
Kinderen
komen met veel plezier naar de therapie om op hun eigen manier,
spelenderwijs te werken aan datgene dat al zo lang een last is, zodat het
‘overgaat’ en zij weer vertrouwen in zichzelf krijgen. |
|
“…
en op welk dier lijk je nou als je je verdrietig voelt?” vraagt de
therapeut. |
|
|
Het
meisje pakt een klein dolfijntje. Het dolfijntje begint meteen te praten: |
|
|
“Ik
voel me zo verdrietig …en als ik ’s nachts in bed lig vooral …dan
kan ik er niet van slapen …” |
|
|
Het
verdriet van dit meisje wordt geprojecteerd op het dolfijntje. Nu kan het
meisje haar klacht als het ware zien in de kleine dolfijn. Eigenlijk duwde
ze haar verdriet altijd weg. Overdag had ze vaak ruzie met andere
kinderen. Dan voelde ze zich boos. En als je je boos voelt, voel je de
echte pijn niet. De therapeut helpt het kind het dolfijntje, dat symbool
staat voor haar verdriet, te troosten. Het meisje krijgt hierdoor grip op
de pijn van binnen. |
|
|
Integratieve
kindertherapie maakt o.a. gebruik van metaforen en actieve imaginaties.
Het materiaal dat het kind zelf kiest, zoals tekenspullen verfspullen,
spelletjes, knuffels en klei, wordt daarbij ingezet. |
|